Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten

 

Artikel 1 Werkingssfeer

  1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen, opdrachten en overige

overeenkomsten van de uitzendonderneming voor zover

één en ander betrekking heeft op het ter beschikking stellen van uitzendkrachten aan

opdrachtgevers.

  1. Eventuele inkoop- of andere voorwaarden van de opdrachtgever zijn niet van toepassing.
  2. Van deze Algemene Voorwaarden afwijkende afspraken zijn slechts van toepassing indien

schriftelijk overeengekomen.

 

Artikel 2 Definities

In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

  1. Uitzendonderneming: de in Nederland gevestigde uitzendonderneming die op basis van een

overeenkomst uitzendkrachten ter beschikking stelt aan opdrachtgevers.,

  1. Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon, die een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel

7:690 BW is aangegaan met de uitzendonderneming teneinde arbeid te verrichten voor een derde

onder leiding en toezicht van die derde.

  1. Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een uitzendkracht werkzaamheden onder

diens leiding en toezicht in het kader van een opdracht als bedoeld in lid 4 van dit artikel laat

uitvoeren.

  1. Opdracht: de overeenkomst tussen een opdrachtgever en de uitzendonderneming op grond

waarvan een enkele uitzendkracht, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, door de uitzendonderneming

aan de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld om onder diens leiding en toezicht

werkzaamheden te verrichten, zulks tegen betaling van het opdrachtgeverstarief.

  1. Terbeschikkingstelling: de tewerkstelling van een uitzendkracht in het kader van een opdracht.
  2. Uitzendbeding: de schriftelijke bepaling in de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendonderneming

en de uitzendkracht en_ of in de CAO, inhoudend dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege

eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de

opdrachtgever op verzoek van de opdrachtgever ten einde komt (artikel 7:691 lid 2 BW).

  1. CAO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor Uitzendkrachten, gesloten tussen de Algemene

Bond Uitzendondernemingen (ABU) enerzijds en FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en De

Unie anderzijds.

  1. Opdrachtgeverstarief: Het door de opdrachtgever aan de uitzendonderneming verschuldigde

tarief, exclusief toeslagen, kostenvergoedingen en BTW. Het tarief wordt per uur gerekend, tenzij

anders vermeld.

  1. Inlenersbeloning: de rechtens geldende beloning van een werknemer in dienst van de

opdrachtgever, werkzaam in een functie die gelijk of gelijkwaardig is aan de functie die de

uitzendkracht uitoefent. De inlenersbeloning bestaat volgens de CAO 2004-2009 uit de navolgende

elementen: Het geldende periodeloon in de schaal

De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (naar keuze van de uitzendonderneming te

compenseren in tijd of geld)

Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en

Ploegentoeslagen Initiële loonsverhogingen, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald

Kostenvergoedingen (voor zover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan

uitbetalen)

Periodieken, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald.

  1. Vakkrachtenregeling: De specifieke bepaling(en) in de bij de opdrachtgever geldende CAO, die

betrekking hebben op de beloning (als bedoeld in lid 9) van vakkrachten en die schriftelijk zijn

aangemeld bij en goedgekeurd door partijen bij de (ABU) CAO voor Uitzendkrachten en

dientengevolge toegepast moet(en) worden met ingang van de eerste dag van de verblijfsduur van

de uitzendkracht bij de betreffende opdrachtgever.

 

Artikel 3 De opdracht en de terbeschikkingstelling

Opdracht

  1. De opdracht wordt aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd
  2. De opdracht voor bepaalde tijd is de opdracht die wordt aangegaan:
  • óf voor een vaste periode
  • óf voor een bepaalbare periode
  • óf voor een bepaalbare periode die een vaste periode niet overschrijdt

De opdracht voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de overeengekomen

tijd of doordat een vooraf vastgestelde objectief bepaalbare gebeurtenis zich voordoet.

 

Einde opdracht

  1. Opzegging van een opdracht voor onbepaalde tijd dient schriftelijk te geschieden met inachtneming

van een opzegtermijn van 15 kalenderdagen.

  1. Tussentijdse opzegging van de opdracht voor bepaalde tijd is niet mogelijk, tenzij schriftelijk anders

is overeengekomen. Indien tussentijdse opzegging is overeengekomen, is opzegging mogelijk met

een opzegtermijn van 15 kalenderdagen. De opzegging dient schriftelijk te geschieden.

  1. Elke opdracht eindigt onverwijld wegens ontbinding op het tijdstip dat één van beide partijen de

ontbinding van de opdracht inroept omdat:

  • De andere partij in verzuim is;
  • De andere partij geliquideerd is;
  • De andere partij in staat van faillissement is verklaard of surseance van betaling heeft aangevraagd.

Indien de uitzendonderneming de ontbinding op één van deze gronden inroept, ligt in de gedraging

van de opdrachtgever, waarop de ontbinding is gebaseerd, het verzoek van de opdrachtgever

besloten om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Dit leidt niet tot enige aansprakelijkheid van de

uitzendonderneming voor de schade die de opdrachtgever dientengevolge leidt. Ten gevolge van

de ontbinding zullen de vorderingen van de uitzendonderneming onmiddellijk opeisbaar zijn.

 

Einde terbeschikkingstelling

  1. Het einde van de opdracht betekent het einde van de terbeschikkingstelling. Beëindiging van de

opdracht door de opdrachtgever houdt in het verzoek van de opdrachtgever aan de

uitzendonderneming om de lopende terbeschikkingstelling(en) te beëindigen tegen de datum

waarop de opdracht rechts geldig is geëindigd, respectievelijk waartegen de opdracht rechtsgeldig

is ontbonden.

  1. Indien tussen de uitzendkracht en de uitzendonderneming het uitzendbeding geldt, eindigt de

terbeschikkingstelling van de uitzendkracht op verzoek van de opdrachtgever op het moment dat de

uitzendkracht meldt dat hij niet in staat is de arbeid te verrichten wegens arbeidsongeschiktheid.

Voor zover nodig wordt de opdrachtgever geacht dit verzoek te hebben gedaan.

De opdrachtgever zal dit verzoek desgevraagd schriftelijk aan de uitzendonderneming bevestigen.

  1. De terbeschikkingstelling eindigt van rechtswege indien en zodra de uitzendonderneming de

uitzendkracht niet meer ter beschikking kan stellen, doordat de arbeidsovereenkomst tussen de

uitzendonderneming en de uitzendkracht is geëindigd en deze arbeidsovereenkomst niet

aansluitend wordt voortgezet ten behoeve van dezelfde opdrachtgever. De uitzendonderneming

schiet in dit geval niet toerekenbaar tekort jegens de opdrachtgever en is evenmin aansprakelijk

voor eventuele schade die de opdrachtgever hierdoor lijdt.

 

Artikel 4 Vervanging en beschikbaarheid

  1. De uitzendonderneming is gerechtigd om gedurende de looptijd van de opdracht een vervangende

uitzendkracht aan te bieden. De opdrachtgever kan een dergelijk voorstel op redelijke gronden

afwijzen.

  1. De uitzendonderneming is te allen tijde gerechtigd aan de opdrachtgever een voorstel te doen tot

vervanging van een ter beschikking gestelde uitzendkracht door een andere uitzendkracht onder

voortzetting van de opdracht, zulks met het oog op het bedrijfsbeleid of personeelsbeleid van de

uitzendonderneming, behoud van werkgelegenheid of naleving van geldende wet- en regelgeving,

in het bijzonder de ontslagrichtlijn voor de uitzendbranche. De opdrachtgever zal een dergelijk

voorstel slechts op redelijke gronden afwijzen. De opdrachtgever zal een eventuele afwijzing

desgevraagd schriftelijk motiveren.

  1. De uitzendonderneming schiet niet toerekenbaar tekort jegens de opdrachtgever en is niet

gehouden tot vergoeding van enige schade of kosten aan de opdrachtgever, indien de

uitzendonderneming om welke reden dan ook een (vervangende) uitzendkracht niet (meer), althans

niet (meer) op de wijze en in de omvang als bij de opdracht of nadien overeengekomen aan de

opdrachtgever ter beschikking kan stellen.

 

Artikel 5 Opschortingsrecht

  1. De opdrachtgever is niet gerechtigd de tewerkstelling van de uitzendkracht tijdelijk geheel of

gedeeltelijk op te schorten, tenzij er sprake is van overmacht in de zin van artikel 6:75 BW.

  1. In afwijking van lid 1 van dit artikel is opschorting wel mogelijk indien:

–   Dit schriftelijk wordt overeengekomen en daarbij de looptijd is vastgelegd én;

–   De opdrachtgever aantoont dat tijdelijk geen werk voorhanden is of de uitzendkracht niet te werk

kan worden gesteld én;

–   De uitzendonderneming jegens de uitzendkracht met succes een beroep kan doen op uitsluiting

van de loondoorbetalingsplicht op grond van de CAO.

De opdrachtgever is voor de duur van de opschorting het opdrachtgeverstarief niet verschuldigd

  1. Indien de opdrachtgever niet gerechtigd is de tewerkstelling tijdelijk op te schorten, maar de

opdrachtgever tijdelijk geen werk heeft voor de uitzendkracht of de uitzendkracht niet te werk kan

stellen, is de opdrachtgever gehouden voor de duur van de opdracht onverkort aan de

uitzendonderneming het opdrachtgeverstarief te voldoen over het per periode (week, maand, en

dergelijke) krachtens opdracht laatstelijk geldende of gebruikelijke aantal uren en overuren.

 

Artikel 6 Werkprocedure

  1. De opdrachtgever verstrekt de uitzendonderneming voor aanvang van de opdracht een accurate

omschrijving van de functie, functie-eisen, werktijden, arbeidsduur, werkzaamheden, arbeidsplaats,

arbeidsomstandigheden en de beoogde looptijd van de opdracht.

  1. De uitzendonderneming bepaalt aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte informatie

en de haar bekende hoedanigheden, kennis en vaardigheden van de voor ter beschikking in

aanmerking komende uitzendkrachten, welke uitzendkrachten zij aan de opdrachtgever voorstelt ter

uitvoering van de opdracht. De opdrachtgever is gerechtigd de voorgestelde uitzendkracht af te

wijzen, waardoor de terbeschikkingstelling van de voorgestelde uitzendkracht geen doorgang vindt.

  1. De uitzendonderneming schiet niet tekort jegens de opdrachtgever en is niet gehouden tot

vergoeding van enige schade indien de contacten tussen de opdrachtgever en de

uitzendonderneming voorafgaande aan een mogelijke opdracht, waaronder begrepen een concrete

aanvraag van de opdrachtgever om een uitzendkracht ter beschikking te stellen, om welke reden

dan ook niet of niet binnen de door de opdrachtgever gewenste termijn, leiden tot de daadwerkelijke

terbeschikkingstelling van een uitzendkracht.

  1. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het inzetten van

arbeidskrachten die niet blijken te voldoen aan de door de opdrachtgever gestelde eisen, tenzij de

opdrachtgever binnen een redelijke termijn na aanvang van de terbeschikkingstelling een

schriftelijke klacht terzake bij de uitzendonderneming indient en daarbij bewijst dat er sprake is van

opzet of bewuste roekeloosheid van de uitzendonderneming bij de selectie.

  1. De opdrachtgever mag de ingeleende uitzendkracht, na een minimum uitzendtermijn van 1040

gewerkte uren, een directe arbeidsovereenkomst aanbieden. Deze restrictie komt te vervallen een

half jaar na uitzending. Bij overtreding hiervan kan het uitzendbureau hiervoor een vergoeding (een

zogenaamde werving & selectie vergoeding) in rekening brengen bij de inlener met een minimum

van € 500,00 (excl. btw). Bij de vaststelling hiervan wordt wel rekening gehouden met de al

gewerkte uren.

 

Artikel 7 Arbeidsduur en werktijden

  1. De arbeidsomvang en de werktijden van de uitzendkracht bij de opdrachtgever worden vastgelegd

in de opdrachtbevestiging, dan wel anders overeengekomen.

De werktijden, de arbeidsduur en de rusttijden van de uitzendkracht zijn gelijk aan de bij

opdrachtgever terzake gebruikelijke tijden en uren, tenzij anders is overeengekomen.

De opdrachtgever staat er voor in, dat de arbeidsduur en de rust- en werktijden van de

uitzendkracht voldoen aan de wettelijke vereisten. De opdrachtgever ziet er op toe dat de

uitzendkracht de rechtens toegestane werktijden en de overeengekomen arbeidsomvang

niet overschrijdt.

  1. Vakantie en verlof van de uitzendkracht worden geregeld conform de wet en de CAO.

 

Artikel 8 Bedrijfssluitingen en verplichte vrije dagen

  1. De opdrachtgever dient de uitzendonderneming bij het aangaan van de opdracht te informeren

omtrent eventuele bedrijfssluitingen en collectief verplichte vrije dagen gedurende de looptijd van de

opdracht, opdat de uitzendonderneming deze omstandigheid, indien mogelijk, deel kan laten

uitmaken van de arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht. Indien een voornemen tot vaststelling

van een bedrijfssluiting en/of collectief verplichte vrije dagen bekend wordt na het aangaan van de

opdracht, dient de opdrachtgever de uitzendonderneming onmiddellijk na het bekend worden

hiervan te informeren.

Indien de opdrachtgever nalaat om de uitzendonderneming tijdig te informeren, is de opdrachtgever

gehouden voor de duur van de bedrijfssluiting onverkort aan de uitzendonderneming het

opdrachtgeverstarief te voldoen over het krachtens de opdracht en voorwaarden laatstelijk

geldende of gebruikelijke aantal uren en overuren per periode.

 

Artikel 9 Functie en beloning

  1. Voor aanvang van de opdracht verstrekt de opdrachtgever de omschrijving van de door de

uitzendkracht uit te oefenen functie en de bijbehorende inschaling in de beloningsregeling van de

opdrachtgever.

  1. De beloning van de uitzendkracht, daaronder mede begrepen eventuele toeslagen en

kostenvergoedingen, wordt vastgesteld conform de cao (daaronder mede begrepen de bepalingen

omtrent de inlenersbeloning, zie hierna leden 4 en 6) en de van toepassing zijnde wet- en

regelgeving, zulks aan de hand van de door de opdrachtgever verstrekte functieomschrijving.

  1. Indien op enig moment blijkt dat die functieomschrijving en de bijbehorende inschaling niet

overeenstemt met de werkelijk door de uitzendkracht uitgeoefende functie, zal de opdrachtgever

aan de uitzendonderneming onverwijld de juiste functieomschrijving met bijbehorende inschaling

aanreiken. De beloning van de uitzendkracht zal opnieuw worden vastgesteld aan de hand van de

nieuwe functieomschrijving. De functie en/of inschaling, kan tijdens de opdracht worden aangepast,

indien de uitzendkracht op die aanpassing in redelijkheid aanspraak maakt met een beroep op wet-

en regelgeving, de CAO en/of de inlenersbeloning. Indien de aanpassing leidt tot een hogere

beloning, corrigeert de uitzendonderneming de beloning van de uitzendkracht én het

opdrachtgeverstarief dienovereenkomstig. De opdrachtgever is dit gecorrigeerde tarief vanaf het

moment van de uitoefening van de daadwerkelijke functie aan de uitzendonderneming

verschuldigd.

  1. De uitzendonderneming is op grond van de CAO verplicht vanaf dag één dat de uitzendkracht bij de

opdrachtgever aan het werk gaat de inlenersbeloning, toe te passen.

  1. De opdrachtgever zal de uitzendonderneming tijdig doch uiterlijk vóór de eerste werkdag dat de

uitzendkracht bij hem gaat werken, voorzien van informatie over alle in artikel 2 lid 9 bedoelde

elementen van de inlenersbeloning (wat betreft de hoogte en tijdstip van initiële loonsverhogingen;

alleen voor zover op dat moment bekend).

  1. De opdrachtgever stelt de uitzendonderneming tijdig en ieder geval direct bij het bekend worden, op

de hoogte van wijzigingen in de inlenersbeloning en van vastgestelde initiële loonsverhogingen.

  1. Overwerk, werk in ploegendiensten, op bijzondere tijden of dagen (daaronder begrepen

feestdagen) en/of verschoven uren wordt beloond conform de ter zake geldende inlenersbeloning

en wordt aan de opdrachtgever doorberekend.

 

Artikel 10 Goede uitoefening van leiding en toezicht

  1. De opdrachtgever zal zich ten aanzien van de uitzendkracht bij de uitoefening van het toezicht of de

leiding alsmede met betrekking tot de uitvoering van het werk gedragen op dezelfde zorgvuldige

wijze als waartoe hij ten opzichte van zijn eigen medewerkers gehouden is.

  1. Het is de opdrachtgever niet toegestaan de uitzendkracht op zijn beurt aan een derde ‘door te

lenen’; dat wil zeggen aan een derde ter beschikking te stellen voor het onder toezicht of leiding van

deze derde verrichten van werkzaamheden. Onder doorlening wordt mede verstaan het door de

opdrachtgever ter beschikking stellen aan een (rechts)persoon waarmee de opdrachtgever in een

groep (concern) is verbonden.

  1. De opdrachtgever kan de uitzendkracht slechts te werk stellen in afwijking van het bij opdracht en

voorwaarden bepaalde, indien de uitzendonderneming en de uitzendkracht daarmee vooraf

schriftelijk hebben ingestemd.

  1. Tewerkstelling van de uitzendkracht in het buitenland door een in Nederland gevestigde

opdrachtgever is slechts mogelijk onder strikte leiding en toezicht van de opdrachtgever en voor

bepaalde tijd, indien dit schriftelijk is overeengekomen met de uitzendonderneming en de

uitzendkracht daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

  1. De opdrachtgever zal aan de uitzendkracht de schade vergoeden die deze lijdt doordat een aan

hem toebehorende zaak, die in het kader van de opgedragen werkzaamheden is gebruikt , is

beschadigd of teniet gegaan.

  1. De uitzendonderneming is tegenover de opdrachtgever niet aansprakelijkheid voor schaden en

verliezen aan de opdrachtgever, derden dan wel aan de uitzendkracht zelf die voortvloeien uit doen

of nalaten van de uitzendkracht.

  1. De uitzendonderneming is tegenover de opdrachtgever niet aansprakelijk voor verbintenissen die

uitzendkrachten zijn aangegaan met of die voor hen zijn ontstaan jegens opdrachtgever of derden,

al dan niet met toestemming van de opdrachtgever of die derden.

  1. De opdrachtgever vrijwaart de uitzendonderneming voor elke aansprakelijkheid (inclusief kosten

met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) van de uitzendonderneming als

werkgever van de uitzendkracht – direct of indirect – terzake van de in leden 5, 6 en 7 van dit artikel

bedoelde schaden, verliezen en verbintenissen.

Download in pdf